HOOGELOON – Als je in het dagelijks leven afhankelijk bent van een rolstoel, zijn er een aantal sporten die je kunt doen. Denk aan basketbal, ballroomdansen, volleybal of tennis. Als je naast afhankelijkheid van een rolstoel óók nog weinig zeggenschap over je spieren hebt, blijft er eigenlijk maar één sport over: rolstoelhockey. Niek Zandbergen uit Hoogeloon beoefent deze sport al jaren en was al twee maal landskampioen. Tijd voor een nadere kennismaking.

Bedrijfseconoom
Niek is 25 jaar en in het dagelijks leven werkzaam bij een groot bouwbedrijf uit Eindhoven. Niet om zakken cement naar vier hoog te sjouwen maar op de administratie. Niek is namelijk afhankelijk van een rolstoel. Het werk als bedrijfseconoom gaat hem prima af. In zijn jonge jaren bezocht Niek de Mythylschool in Eindhoven en daar kwam hij in aanraking met rolstoelhockey: “Ik had een gymleraar die bekend was met de rolstoelhockeyclub GP Bulls uit Eindhoven. De eerste jaren werden de trainingen nog gegeven in de gymzaal van deze school dus dat was ideaal voor mij. Later zijn de trainingen en de wedstrijden verplaatst naar de sportzaal op de Genneperparken.”

Keeper
Niek is keeper van het team en een goede ook, zo blijkt al snel. “De teams in onze competitie – we spelen in de hoofdklasse – zijn behoorlijk aan elkaar gewaagd. Dat maakt de competitie lekker spannend maar dat betekent ook dat ik constant geconcentreerd moet blijven tijdens de wedstrijd. Het is namelijk niet zo dat ik mijn stoel maar voor het doel hoef te parkeren en dat er daardoor geen bal door kan. Eén van de spelregels is zelfs dat de bal onder de stoel door moet kunnen. Ik heb aan mijn rolstoel een stick bevestigd; ik kan dus alleen door mijn stoel te bewegen de bal tegenhouden of van richting laten veranderen. Met veel trainen krijg je daar handigheid in. Je zou misschien denken dat het een langzame sport is omdat alle spelers in een stoel zitten maar dat is zeker niet waar. Soms rijden we met 16 km/u door de zaal. Er zijn internationale spelregels die een maximum snelheid bepalen maar daar wijken we in Nederland een beetje vanaf.”

Teamsport
Misschien wel meer dan andere sporten, is rolstoelhockey een teamsport. “We moeten constant overspelen, verdedigen, aanvallen en elkaar helpen. Een rolstoel is natuurlijk iets minder flexibel dan een menselijk lichaam en reageert dus ook trager. “

“Als je geblokkeerd wordt door de tegenpartij kun je geen kant op, het is dan aan je teamgenoten om openingen te forceren en de bal weer over te kunnen spelen.”

Het teamgevoel komt zeker tot uiting ná de wedstrijden. “Meestal gaan we met z’n allen nog even napraten en een hapje eten. Dat is ook puur praktisch want we moeten soms nogal eens een eindje rijden. Onlangs zaten we nog in Stadskanaal, Groningen. Er wordt veel gelachen tijdens de etentjes. Behalve als we verloren hebben, dan zijn er een paar nogal chagrijnig. Maar dat duurt meestal niet zo lang. En het gebeurt ook niet zo vaak, we zijn niet voor niets als twee keer landskampioen geworden. Dat wordt je niet als je alles verliest.”

Competitie
In de hoofdklasse spelen nu zes teams en er zijn per seizoen zeven speeldagen. “Op de speeldagen komen alle teams naar de sportzaal maar niet iedereen speelt dan tegen elkaar; aan het eind van de competitie heb je tegen elke ploeg drie keer gespeeld. Op zich is het heel prettig om altijd met alle teams bij elkaar te zijn want je ziet veel van elkaar. Daar kunnen we ons systeem op aanpassen. Rolstoelhockey is een tactisch en een technische sport en het helpt als je ziet waar de zwakke plek van het andere team zit. Dat zien ze natuurlijk ook van ons, daarom hebben wij verschillende systemen waar we mee spelen; zo proberen we de tegenpartij elke keer weer te verrassen.”

Nationale ploeg
Het team waarin Niek speelt, komt uit de hele regio. “Er is een man uit Reusel, een vrouw uit Eersel, ik uit Hoogeloon en de rest komt van veel verder weg. Maar wel allemaal uit de buurt van Eindhoven. De vader van Ilse, Harrie van Kemenade uit Eersel is onze trainer en coach.” Niek traint eens per maand ook met de Nederlandse ploeg mee. “Die trainen in Nijmegen, in een sportzaal van de Maartenskliniek.” Hoopt Niek ooit te mogen keepen voor deze ploeg? “Ik reken nergens op maar ik ben beschikbaar”, lacht hij. “Meestal nemen ze op internationale wedstrijden maar één keeper mee en die ze hebben is een steengoeie. Maar mochten ze me vragen: ik zeg geen nee.”

Internationale toernooien
Grote toernooien worden door de Eindhovense club georganiseerd en daar komt altijd veel bij kijken. “Je moet niet vergeten dat wij iets meer spullen mee moeten nemen dat een reguliere hockeyploeg. Als die hun stick bij zich hebben, zijn ze in principe klaar. Wij moeten allemaal twee rolstoelen meenemen; één voor het dagelijks gebruik en een sportrolstoel. Ook moet er voor iedereen begeleiding mee en dan is het een hele toestand om bijvoorbeeld naar Italië te gaan. Het is mogelijk maar we doen het niet te vaak.”

Er is veel mogelijk
Niek wil graag een lans breken voor de gehandicaptensport. “Denk niet te snel dat je niks kunt, omdat je afhankelijk bent van een rolstoel. Met wat aanpassingen is best heel veel mogelijk. Dat heb ik zelf ervaren. Ook voor rolstoelgebruikers is meer mogelijk dan denksport. Het is altijd mogelijk om bij onze club een keer te komen kijken. We hebben vijf teams, die spelen van recreatief voor de lol tot hoofdklasse om te winnen. Er zit dus altijd wel een team bij waar je bij aan zou kunnen sluiten. Er spelen zowel mannen als vrouwen in de teams en naar leeftijd wordt niet echt gekeken; dat varieert van tieners tot veertigers. Bij ons is iedereen welkom.”

Meer teamsport dan elke andere sport – Niek Zandbergen uit Hoogeloon is fanatiek rolstoelhockeyspeler

Meer teamsport dan elke andere sport – Niek Zandbergen uit Hoogeloon is fanatiek rolstoelhockeyspeler